ECLI:NL:CRVB:2024:644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijstand na huisbezoek en vaststelling recht vanaf 16 augustus 2021
Appellante ontving sinds oktober 2017 bijstand als alleenstaande en deed meerdere aanvragen na detentie, waarvan de eerste twee werden afgewezen. De zaak betreft de derde aanvraag van april 2021. Het dagelijks bestuur had twijfels over haar woonsituatie en levensonderhoud, waardoor een huisbezoek op 15 juli 2021 werd uitgevoerd om duidelijkheid te verkrijgen.
Tijdens het huisbezoek weigerde appellante een slaapkamer te tonen, wat leidde tot onduidelijkheid. Na de zitting van 23 juli 2021 gaf appellante alsnog toestemming voor volledige woninginspectie en verstrekte zij detentiegegevens. Op 16 augustus 2021 was er voldoende duidelijkheid om bijstand toe te kennen.
Het dagelijks bestuur herzag het eerdere afwijzingsbesluit en kende bijstand toe met ingang van 16 augustus 2021. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Er is geen reden voor terugwerkende kracht, ondanks dat de situatie voor die datum gelijk was. Het hoger beroep wordt afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op bijstand wordt vastgesteld vanaf 16 augustus 2021.