ECLI:NL:CRVB:2024:646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep veroordeelt staatssecretaris in proceskosten hoger beroep ambtenaar
De staatssecretaris van Defensie heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar dit hoger beroep op 2 november 2022 ingetrokken. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. J.C.H. Pronk, verzocht de Raad om de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten. De Raad stelde vast dat betrokkene niet was geïnformeerd dat niet-tijdige reactie op brieven zou leiden tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek, waardoor de verstreken termijn niet tegen betrokkene kon worden gebruikt.
Hoewel betrokkene niet reageerde op twee brieven van de Raad waarin om een ingevuld formulier proceskosten werd gevraagd, had betrokkene in het verweerschrift al om vergoeding van kosten verzocht. De staatssecretaris werd daarom veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, begroot op € 875,-. De rechtbank had de staatssecretaris al veroordeeld in de kosten van de beroepsfase, en de kosten in de bezwaarfase waren reeds vergoed.
De beslissing werd genomen zonder zitting, waarbij de Raad het verzoek van betrokkene ontvankelijk achtte en de staatssecretaris veroordeelde tot vergoeding van de proceskosten die redelijkerwijs gemaakt zijn in verband met de behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De staatssecretaris van Defensie wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep tot een bedrag van € 875,-.