ECLI:NL:CRVB:2024:66
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering per 26 maart 2020 wegens ongewijzigde medische situatie
Appellante, werkzaam als verzorgende, meldde zich ziek op 26 maart 2020 en ontving toen een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Het Uwv stelde bij besluit van 7 april 2020 vast dat zij geen recht had op ziekengeld op grond van de Ziektewet per die datum. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en door de rechtbank Limburg ongegrond verklaard.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische en lichamelijke klachten onvoldoende waren meegewogen en dat zij doorlopende arbeidsongeschiktheid had vanwege PTSS, depressie en pijnklachten. Zij verzocht om een deskundige benoeming. Het Uwv handhaafde haar standpunt.
De Raad oordeelde dat er geen aanwijzingen zijn dat de medische situatie van appellante tussen 26 maart 2020 en haar ziekmelding op 28 oktober 2020 is gewijzigd. De medische rapporten en het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep ondersteunen dit. Ook de klachten van fibromyalgie en perifere hypmobiliteit zijn voldoende in de beoordeling meegenomen. Het verzoek om een deskundige werd afgewezen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet-uitkering per 26 maart 2020 en wijst het verzoek om schadevergoeding af.