ECLI:NL:CRVB:2024:662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in WIA-zaak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een WIA-zaak. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. In dit geval ontbraken deze gronden volledig.
De gemachtigde van appellante kreeg meerdere kansen om dit te herstellen, eerst per brief van 10 januari 2024 en daarna opnieuw per aangetekende brief van 12 februari 2024, met telkens een termijn van vier weken. Beide termijnen zijn ongebruikt voorbijgegaan zonder dat een verontschuldiging is gebleken.
Daarom oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en wordt het zonder inhoudelijke behandeling afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander en uitgesproken op 3 april 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.