ECLI:NL:CRVB:2024:71
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep tegen UWV-beslissing
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland inzake een WAO-zaak. Het UWV nam op 21 april 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij het tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd om een proceskostenveroordeling van het UWV.
De Raad stelde vast dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener van het beroepschrift op verzoek in de kosten kan worden veroordeeld. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en het proces werd gesloten.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant, begroot op €3.500,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €185,-. Een brief van appellant uit mei 2023 kwam niet voor vergoeding in aanmerking. De uitspraak werd op 11 januari 2024 in het openbaar gedaan door rechter Weyers.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van €3.500 aan proceskosten en €185 aan griffierecht aan appellant.