ECLI:NL:CRVB:2024:712
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen vanwege niet-verzekerd zijn door werkzaamheden in Duitsland
Appellant, geboren in 1953 en woonachtig in Nederland, heeft vanaf begin jaren zeventig tot halverwege de jaren negentig voornamelijk in Duitsland gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende hem een AOW-pensioen toe met een korting van 42%, omdat hij gedurende circa 21 jaar niet verzekerd was voor de AOW. Dit besluit werd door appellant bestreden, maar zowel de rechtbank Gelderland als de Centrale Raad van Beroep verklaarden het beroep ongegrond.
De Raad oordeelde dat appellant in de periode van 1 januari 1972 tot en met 30 november 1972 uitsluitend in Duitsland werkzaam was en daarom onder de Duitse sociale verzekeringswetgeving viel. De Europese regelgeving bepaalt dat werknemers verzekerd zijn in het land waar zij werken, ook als zij in een ander lidstaat wonen. Appellant kon niet aantonen dat hij in die periode werkzoekende of studerend was, noch dat hij in Nederland verzekerd was geweest.
De Svb mocht zich baseren op gegevens van de Duitse Rentenversicherung en de beperkte registratie van de Nederlandse Belastingdienst. Het ontbreken van bewijsstukken door appellant en zijn eigen verklaringen bevestigden het oordeel. De Raad bevestigde daarom de korting van 42% op het AOW-pensioen en wees het hoger beroep af. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting van 42% op het AOW-pensioen omdat appellant in de periode 1 januari 1972 tot 30 november 1972 niet verzekerd was voor de AOW.