Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.Hij heeft in augustus 2020 een ouderdomspensioen op grond van de AOW aangevraagd.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft een ouderdomspensioen op grond van de AOW aangevraagd, waarbij de Sociale Verzekeringsbank (Svb) een korting van 32% toepaste wegens een niet-verzekerde periode van zestien jaar. Deze periode betrof de tijdvakken waarin appellant niet in Nederland woonde of werkte, namelijk van 20 augustus 1969 tot 4 december 1977 en van 18 november 2011 tot 19 augustus 2019.
Appellant heeft betwist dat hij gedurende deze zestien jaar niet verzekerd was, verwijzend naar zijn financiële en medische situatie, maar heeft dit niet onderbouwd met relevante bewijsstukken. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de Svb terecht de korting toepaste. Appellant stelde hoger beroep in, maar verscheen niet op de zitting.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Raad benadrukt dat de AOW-wetgeving dwingend voorschrijft dat alleen ingezetenen van Nederland of personen die in Nederland loonbelastingplichtige arbeid verrichten verzekerd zijn. Persoonlijke omstandigheden zoals financiële of medische situatie kunnen geen rol spelen bij de beoordeling van verzekeringsjaren. De Svb heeft geen bevoegdheid om hiervan af te wijken.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de korting van 32% op het ouderdomspensioen blijft van kracht. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 januari 2024.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting van 32% op het AOW-pensioen wegens een niet-verzekerde periode van zestien jaar.