ECLI:NL:CRVB:2024:742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding handelshoeveelheid drugs
Appellant kreeg bijstand die over de maand maart 2020 werd ingetrokken en teruggevorderd tot een bedrag van €1.052,32, met daarnaast een boete van €263,- opgelegd wegens het schenden van de inlichtingenverplichting. De politie trof op 21 maart 2020 een aanzienlijke hoeveelheid drugs aan in de woning van appellant, waaronder circa 250 gram MDMA, cocaïne, crack en hasj, alsmede verpakkingsmateriaal.
Appellant voerde aan niets te weten van de drugs, die van zijn overleden partner zouden zijn, maar dit werd niet geloofd vanwege de vindplaatsen van de drugs en verklaringen van buurtbewoners over overlast. Hoewel geen handel ten laste werd gelegd door justitie, was sprake van een handelshoeveelheid die gemeld had moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden en dat het college terecht een boete oplegde. Het beroep van appellant tegen de besluiten werd ongegrond verklaard. Het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep leidde tot bevestiging van deze uitspraak, waarbij ook het beroep tegen de boete en de proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking, terugvordering en boete worden bevestigd.