ECLI:NL:CRVB:2024:754

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 april 2024
Publicatiedatum
19 april 2024
Zaaknummer
22/721 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en veroordeling in proceskosten

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland inzake een WIA-zaak. Het UWV heeft op 2 november 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellant. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep worden veroordeeld in de proceskosten indien het geheel of gedeeltelijk aan de bezwaren tegemoet is gekomen.

Het UWV had reeds de kosten in de bezwaarfase vergoed en was door de rechtbank veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in beroep. De Raad veroordeelt het UWV nu tot vergoeding van de in hoger beroep gemaakte kosten, begroot op € 875,- aan rechtsbijstandskosten en het betaalde griffierecht van € 136,-. De uitspraak is gedaan door J.D. Streefkerk op 18 april 2024.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht in hoger beroep na intrekking van het beroep.

Uitspraak

22/721 WIA
Datum uitspraak: 18 april 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 3 februari
2022, 21/102 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.I. Bal, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 2 november 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 2 november 2023 volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen.
Het Uwv heeft al besloten tot vergoeding van de gemaakte kosten in de bezwaarfase. De rechtbank heeft het Uwv in de aangevallen uitspraak veroordeeld tot vergoeding van de door appellant in beroep gemaakte proceskosten en bepaald dat het Uwv aan appellant het in beroep betaalde griffierecht vergoedt. De Raad moet dus alleen nog oordelen over de in hoger beroep gemaakte kosten.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep heeft moeten maken. Deze proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 875,- aan kosten van rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift).
Ook dient het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag van € 875,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 136,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door J.D. Streefkerk, in tegenwoordigheid van E.X.R. Yi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 april 2024.
(getekend) J.D. Streefkerk
(getekend) E.X.R. Yi