ECLI:NL:CRVB:2024:79
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen inhouding Wajonguitkering wegens gebrek aan concrete bezwaargronden
Appellant ontvangt een Wajonguitkering waarop beslag is gelegd door een gerechtsdeurwaarder. Het UWV heeft daarop een bedrag van €152,20 per maand ingehouden, rekening houdend met de beslagvrije voet. Appellant maakte bezwaar tegen deze inhouding, maar zijn bezwaarschrift bevatte geen concrete gronden. Het UWV gaf hem de gelegenheid om het bezwaar aan te vullen, maar appellant heeft geen concrete bezwaargronden kenbaar gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond, omdat de ingediende stukken voornamelijk lange, onsamenhangende teksten bevatten zonder gerichte beroepsgronden. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst erop dat volgens de Algemene wet bestuursrecht een bezwaarschrift de gronden van het bezwaar moet bevatten en dat het bezwaar niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien dit niet het geval is, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad dit te herstellen.
Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe concrete gronden aangevoerd, maar slechts zijn eerdere standpunten herhaald. De Raad onderschrijft de motivering van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.