Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:813

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 april 2024
Publicatiedatum
30 april 2024
Zaaknummer
22/2820 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in bestuursrechtelijke zaak

In deze bestuursrechtelijke zaak hebben meerdere colleges van burgemeester en wethouders hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat een vereiste is volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De gemachtigde van appellanten is meerdere malen in de gelegenheid gesteld om dit verzuim binnen gestelde termijnen te herstellen, maar heeft deze kansen ongebruikt voorbij laten gaan. Er zijn geen verontschuldigingen aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen.

Daarom oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en wordt het zonder inhoudelijke behandeling afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M. Wolfrat op 23 april 2024.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden in het beroepschrift.

Uitspraak

Datum uitspraak: 23 april 2024
22/2820 PW, 22/2849 PW, 22/2850 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van
14 juli 2022, 21/272 e.v.
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van Asten;
het college van burgemeester en wethouders van Deurne;
het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo;
het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel;
het college van burgemeester en wethouders van Helmond;
het college van burgemeester en wethouders van Laarbeek, en;
het college van burgemeester en wethouders van Someren (gezamenlijk te noemen: appellanten)
de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)

PROCESVERLOOP

Namens appellanten heeft mr. M.J. Tunnissen, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.
Bij brief van 13 september 2022 is de gemachtigde van appellanten in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
De gemachtigde van appellanten heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 14 oktober 2022 is aan de gemachtigde van appellanten nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en zijn appellanten erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
De gemachtigde van appellanten heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 april 2024.
(getekend) M. Wolfrat
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.