ECLI:NL:CRVB:2024:850
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid
Appellant ontvangt sinds 1995 een WAO-uitkering en is na een herbeoordeling in 2020 ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse 25 tot 35%. Hij betwist deze indeling en stelt dat zijn medische beperkingen en psychische problematiek onvoldoende zijn meegenomen.
De rechtbank vernietigde een eerder besluit vanwege onvoldoende zorgvuldigheid in het medisch onderzoek, waarna een nieuw onderzoek plaatsvond. Dit onderzoek bevestigde de beperkingen en de mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van het UWV.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onjuist zijn vastgesteld, met name ten aanzien van zitten, staan en psychische klachten. De Raad oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, dat de beperkingen adequaat zijn vastgesteld en dat er geen nieuwe medische informatie is die aanleiding geeft tot twijfel.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellant medisch geschikt is voor de functies waarop de schatting is gebaseerd. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt verworpen.