ECLI:NL:CRVB:2024:87
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens laattijdige aanvraag en arbeidsvermogen
Appellante verzocht om een Wajong-uitkering, welke door het UWV werd geweigerd omdat zij arbeidsvermogen heeft. Na bezwaar en beroep verklaarden de rechtbank Rotterdam en de Raad deze weigering terecht. Appellante stelde dat haar medische situatie na 3 december 2015 was verslechterd, waardoor zij alsnog recht zou hebben op de uitkering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de wettelijke vijfjaartermijn, zoals bedoeld in artikel 1a:1, tweede lid, van de Wajong, op 3 december 2015 al was verstreken. De medische aandoeningen van appellante, waaronder diabetes, fibromyalgie en een auto-immuunziekte, zijn ontstaan buiten deze termijn. De Raad benadrukt dat het niet van belang is of deze aandoeningen gerelateerd zijn aan diabetes.
Verder is vastgesteld dat appellante op 3 december 2015 arbeidsvermogen had, waardoor geen recht op Wajong-uitkering kan ontstaan. De stelling dat haar medische situatie verslechterde na deze datum leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van duurzaam geen arbeidsvermogen binnen de wettelijke termijn.