ECLI:NL:CRVB:2024:870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen permanente ontheffing arbeidsverplichtingen wegens onvoldoende bewijs duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam dat hem slechts tijdelijk ontheffing verleent van arbeidsinschakeling en tegenprestatie op grond van de Participatiewet. Het college had appellant voor de duur van één jaar tijdelijk ontheffing verleend op basis van een psychologisch advies waarin psychische klachten werden vastgesteld en een GGZ-behandeling werd aanbevolen.
Appellant stelde in hoger beroep dat hem een permanente ontheffing had moeten worden verleend op grond van artikel 9, vijfde lid, van de Participatiewet. De Raad benadrukt dat het op de appellant rust om aannemelijk te maken dat hij voldoet aan de voorwaarden voor een dergelijke permanente ontheffing, waaronder het overleggen van medische stukken die duurzame en volledige arbeidsongeschiktheid aantonen.
Appellant heeft geen medische stukken overgelegd die dit onderbouwen. Het advies van de psycholoog van Indigo ondersteunt dit ook niet, omdat daarin juist een behandeling wordt aanbevolen en een herbeoordeling na behandeling. De Raad concludeert dat appellant niet heeft aangetoond dat sprake is van duurzame en volledige arbeidsongeschiktheid en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het tijdelijke besluit tot ontheffing wordt bevestigd.