Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam inzake een Bbz-aanvraag. Het college heeft op 27 februari 2023 een herziene beslissing genomen, waarmee het eerdere besluit van 18 juli 2022 werd ingetrokken en de aanvraag alsnog inhoudelijk in behandeling werd genomen.
Hoewel appellant aanvankelijk aangaf dat de tegemoetkoming nog niet volledig was vanwege de terugvordering, heeft het college op 25 mei 2023 een nader besluit genomen waarbij het primaire besluit van 8 april 2022 werd ingetrokken en een Bbz-uitkering werd toegekend over de periode van 1 januari 2022 tot en met 28 februari 2022. Hierdoor is volledig aan de bezwaren tegemoetgekomen.
Naar aanleiding hiervan heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht het college te veroordelen in de proceskosten. De Raad heeft het onderzoek achterwege gelaten en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 875,- en de griffierechten van € 50,- (beroep) en € 136,- (hoger beroep).