ECLI:NL:CRVB:2024:900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig assistent automonteur, vroeg een WIA-uitkering aan wegens lichamelijke klachten aan knieën, rug en schouders. Het UWV stelde de arbeidsongeschiktheid vast op minder dan 35%, waardoor geen uitkering werd toegekend. Na bezwaar en een tussenuitspraak van de rechtbank, waarbij nader medisch onderzoek werd bevolen, stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid opnieuw vast op 13,82%.
Appellant voerde aan dat zijn beperkingen, met name psychische klachten en handproblemen, onvoldoende waren meegewogen en dat de geselecteerde functies ongeschikt waren. De Raad oordeelde dat het nader medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. De psychische klachten leidden niet tot extra beperkingen en de arbeidskundige beoordeling toonde aan dat appellant de geselecteerde functies kon vervullen.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en handhaafde het besluit van het UWV. Appellant kreeg geen WIA-uitkering en ook geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.