Uitspraak
8 mei 2023, 22/2889, 22/2890 en 22/2891
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald, het beroepschrift geen gronden bevat en er geen schriftelijke machtiging is overgelegd.
De Raad heeft appellante meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en het indienen van een beroepschrift met gronden, alsmede het overleggen van een machtiging. Ondanks herhaalde aanmaningen en termijnen om deze verzuimen te herstellen, heeft appellante geen actie ondernomen.
Gezien het niet-herstellen van de verzuimen en het ontbreken van de vereiste formaliteiten, kon de Raad het hoger beroep niet inhoudelijk behandelen en is het niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht, ontbreken van beroepsgronden en het niet overleggen van een schriftelijke machtiging.