Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan wegens chronische vermoeidheid en andere klachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek dat zij op haar achttiende verjaardag en in de vijf jaren daarna over arbeidsvermogen beschikte, met een belastbaarheid van ten minste vier uur per dag.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante tegen het UWV-besluit ongegrond en oordeelde dat het UWV voldoende gemotiveerd had dat appellante niet duurzaam arbeidsongeschikt was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar klachten, de duurbelastbaarheid en de studieperiode.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat de medische en arbeidskundige beoordelingen voldoende gemotiveerd zijn. De Raad volgt het UWV in de conclusie dat appellante niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt omdat zij arbeidsvermogen heeft. Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante over arbeidsvermogen beschikt.