Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar heeft het vereiste griffierecht niet betaald ondanks meerdere aanmaningen. Tevens is het beroepschrift te laat ingediend; het was pas op 3 november 2023 ontvangen terwijl de beroepstermijn was verstreken op 27 oktober 2023.
Appellant voerde aan dat het later toezenden van het vonnis de vertraging veroorzaakte, maar dit is niet relevant omdat het beroepschrift al vóór ontvangst van het vonnis was ingediend. De Raad concludeert dat appellant in verzuim is geweest en dat het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 januari 2025.