ECLI:NL:CRVB:2025:1016
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Geen recht op dwangsom wegens niet-tijdig beslissen bij medisch onderzoek door UWV op verzoek Belgische instantie
Appellante ontvangt een WIA-uitkering van het UWV en ontvangt daarnaast een Belgische invaliditeitsuitkering. De Belgische instantie verzocht het UWV om een medisch onderzoek te verrichten voor de voortzetting van de Belgische uitkering. Het UWV stelde vast dat appellante niet als aanvrager van dit heronderzoek kan worden beschouwd en weigerde een dwangsom toe te kennen wegens niet-tijdig beslissen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het verzoek van de Belgische instantie niet als een aanvraag van appellante kan worden aangemerkt. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het Belgische verzoek slechts een feitelijke handeling betrof en geen rechtshandeling waaruit een dwangsom kan volgen.
Verder oordeelt de Raad dat er geen sprake is van ongelijke behandeling op grond van het Belgische arbeidsverleden, aangezien de mogelijkheid tot het verkrijgen van een dwangsom afhankelijk is van het zijn van aanvrager en niet van het arbeidsverleden. De aangevallen uitspraak blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht op een dwangsom wegens niet-tijdig beslissen omdat zij niet als aanvrager wordt beschouwd.