ECLI:NL:CRVB:2025:1020
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in WIA-zaak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel inzake een WIA-zaak. Het UWV heeft op 3 april 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarbij het tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellante. Naar aanleiding hiervan heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenvergoeding beoordeeld. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het bestuursorgaan veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in beroep en hoger beroep.
De proceskosten zijn begroot op €1.814,- voor het beroep, €907,- voor het hoger beroep en €7,80 aan reiskosten. Daarnaast is het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €189,-. De totale proceskostenvergoeding bedraagt daarmee €2.728,80.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na intrekking van het hoger beroep.