ECLI:NL:CRVB:2025:1022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV, maar trok dit hoger beroep in nadat het UWV op 2 december 2024 een nieuw besluit op bezwaar nam waarin aan haar bezwaren werd tegemoetgekomen.
De Raad voor de Rechtspraak heeft vervolgens overwogen dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in de bezwaren kan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken voor de behandeling van het beroep en hoger beroep, begroot op € 2.721,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 186,-. Vergoeding van kosten van rechtsbijstand en niet nader onderbouwde verletkosten werd afgewezen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.721,- en griffierecht van € 186,- aan appellante.