ECLI:NL:CRVB:2025:1030

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 juli 2025
Publicatiedatum
15 juli 2025
Zaaknummer
23/1141 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 10 juli 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Vervolgens trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Raad stelde vast dat partijen geen zitting wensten, waarna het onderzoek werd gesloten. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan worden veroordeeld in de kosten indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan de indiener tegemoet is gekomen.

De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken, waaronder kosten voor rechtsbijstand en deels de kosten van deskundigenrapporten. Een deel van de nota van Triage werd afgewezen omdat deze niet voldeed aan de vereisten voor vergoeding. Tevens moet het UWV het betaalde griffierecht vergoeden.

De totale kostenveroordeling bedraagt € 7.876,57, exclusief het griffierecht van € 185,-. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 9 juli 2025.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van € 7.876,57 aan proceskosten en het betaalde griffierecht van € 185,- aan appellante.

Uitspraak

23/1141 WIA
Datum uitspraak: 9 juli 2025
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 27 februari 2023, 21/774 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.J. Bakker hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 10 juli 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Op 11 september 2024 heeft mr. Bakker namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
De Raad heeft partijen laten weten dat hij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een zitting behandeld en het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 10 juli 2024 volledig aan haar bezwaren is tegemoetgekomen.
Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.814,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 907,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift) voor verleende rechtsbijstand.
De kosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken voor het inschakelen van een deskundige komen gedeeltelijk, tot een bedrag van € 5.155,57 (expertiserapport van verzekeringsarts M.J. Gerritze tegen een bedrag van € 1.864,57 en expertiserapport van psychiater M.L. Stek tegen een bedrag van € 3.291,-), voor vergoeding in aanmerking. De nota van 18 oktober 2023 ter hoogte van € 385,87 komt niet voor vergoeding in aanmerking. De nota is door Triage opgemaakt voor werkzaamheden betreffende het verwerken van inkomende post, een algemeen advies en het uitwerken van een medisch advies. Desgevraagd heeft appellante te kennen gegeven dat deze factuur ziet op het beantwoorden van een vraagstelling. Een dergelijke vraagstelling of rapport daaromtrent, is niet in een voor de Raad kenbaar schriftelijk stuk neergelegd en komt daarom niet voor vergoeding in aanmerking. [1]
De totale kostenveroordeling komt uit op een bedrag van € 7.876,57.
Ook dient het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 7.876,57,-;
  • bepaalt dat het Uwv het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 185,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2025.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) M.D.F. de Moor

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van 18 september 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AF0207.