ECLI:NL:CRVB:2025:1034
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep tegen UWV-beslissing WIA
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een UWV-beslissing inzake de WIA. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad oordeelde dat het UWV reeds door de rechtbank was veroordeeld tot vergoeding van kosten in beroep, zodat de Raad alleen hoefde te beslissen over de kosten in bezwaar en hoger beroep. Op grond van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de redelijke kosten van rechtsbijstand in bezwaar en hoger beroep, tezamen €3.108,-, plus het betaalde griffierecht van €136,-.
De Raad vond een nadere zitting niet nodig omdat partijen daarmee instemden. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander en uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2025.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van €3.108,- aan proceskosten en €136,- griffierecht aan appellant.