ECLI:NL:CRVB:2025:106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding wegens lichamelijke klachten na een verkeersongeval. Het UWV heeft op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen uitkering toegekend. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd na zorgvuldige beoordeling van medische rapporten en arbeidskundige analyses.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij meer beperkingen heeft dan het UWV heeft vastgesteld en niet in staat is om de geselecteerde functies te vervullen. Zij heeft ook nieuwe medische stukken overgelegd, waaronder over een tweede verkeersongeval en cognitieve klachten. De Raad concludeert echter dat deze stukken dateren van na de datum in geding en geen aanleiding geven tot een ander oordeel.
De Raad benadrukt dat bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid alleen medisch objectiveerbare beperkingen relevant zijn en dat de subjectieve beleving van appellante niet doorslaggevend is. De medische onderbouwing van het UWV wordt als juist en zorgvuldig beoordeeld. Ook de arbeidsdeskundige heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies passend zijn.
Het hoger beroep wordt afgewezen, de uitspraak van de rechtbank blijft in stand en de weigering van de WIA-uitkering per 24 januari 2022 wordt bevestigd. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.