ECLI:NL:CRVB:2025:1086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om haar een WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij volgens het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De medische beoordeling, gebaseerd op een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), en het arbeidsdeskundig onderzoek leidden tot de conclusie dat appellante geschikt is voor vijf geselecteerde functies die haar belastbaarheid niet overschrijden.
De rechtbank heeft het bezwaar ongegrond verklaard, ondanks dat het bestreden besluit niet volledig deugdelijk was gemotiveerd, omdat appellante hierdoor niet is benadeeld. Appellante voerde aan dat haar beperkingen uitgebreider zijn dan vastgesteld, onder meer door klachten aan handen, rug, slaap en diverse medische aandoeningen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en het UWV. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft alle medische informatie, inclusief die van specialisten, inzichtelijk en navolgbaar betrokken bij zijn beoordeling. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies passend zijn. Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.