ECLI:NL:CRVB:2025:1091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens ontbreken medische grondslag bevestigd
Appellant was sinds september 2022 ziekgemeld na een val met een fractuur aan de linkeronderarm en ontving een Ziektewet-uitkering. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen werd hij per 1 juni 2023 geschikt verklaard voor zijn werk en beëindigde het UWV de uitkering. Appellant voerde aan dat hij vanwege een tenniselleboog niet in staat was om zijn werk te hervatten en overhandigde een medisch rapport ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende zorgvuldig had gehandeld en dat er geen medische grondslag was om appellant ongeschikt te achten. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Het rapport van de chirurg dat appellant overlegt, leidt niet tot twijfel over de medische beoordeling van het UWV. De verzekeringsartsen constateerden geen bewegingsbeperkingen of tenniselleboog op de datum in kwestie.
De Raad ziet daarom geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige en verklaart het hoger beroep ongegrond. De beëindiging van de ZW-uitkering blijft in stand en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beëindiging van de ZW-uitkering per 1 juni 2023 wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.