Uitspraak
10 september 2024, 24/770
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland in een WIA-zaak. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen beroepsgronden, wat een vereiste is volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De gemachtigde van appellante kreeg twee termijnen van elk vier weken om dit te herstellen, maar liet beide termijnen ongebruikt voorbijgaan.
Er zijn geen redenen aangevoerd die het verzuim van appellante kunnen verontschuldigen. Hierdoor is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er is ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 januari 2025. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.