ECLI:NL:CRVB:2025:1100
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV, maar dit hoger beroep op 15 april 2025 ingetrokken nadat het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar van 9 januari 2025 volledig aan de bezwaren van appellant was tegemoetgekomen.
De Centrale Raad van Beroep heeft op verzoek van appellant het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep. De proceskosten zijn vastgesteld op een totaalbedrag van € 2.721,-, bestaande uit € 1.814,- voor het beroep en € 907,- voor het hoger beroep.
Daarnaast is het UWV verplicht het door appellant betaalde griffierecht van in totaal € 188,- te vergoeden. De Raad heeft de zaak zonder zitting behandeld omdat partijen geen zitting wensten. De uitspraak is gedaan op 23 juli 2025 door S.B. Smit-Colenbrander.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.