ECLI:NL:CRVB:2025:1104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding in september 2020, maar het UWV heeft deze geweigerd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van juli 2023, waarop het besluit is gebaseerd.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond verklaard, waarbij het medisch onderzoek als zorgvuldig en volledig werd beoordeeld. De arts bezwaar en beroep heeft de beperkingen adequaat vastgesteld, ook rekening houdend met psychische klachten zoals een matige depressie en lichamelijke beperkingen. De door appellant ingebrachte medische stukken gaven geen aanleiding tot twijfel over het oordeel.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij meer beperkingen heeft, onder meer door psychische problematiek en slaapproblemen, en dat de geduide functies niet passend zijn. De Raad volgde dit niet, omdat de aanvullende stukken niet relevant waren voor de datum in geschil en de arbeidskundige beoordeling voldoende gemotiveerd was. De functie van inpakker is passend, mede omdat de benodigde cursus ook in het Turks wordt aangeboden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten. De weigering van de WIA-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.