ECLI:NL:CRVB:2025:1131
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering naar arbeidsongeschiktheidsklasse 15-25% na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, werkzaam geweest als medewerkster personeelszaken en later onderwijsondersteuner, ontving sinds 2003 een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 2022 heeft het UWV haar uitkering verlaagd naar de arbeidsongeschiktheidsklasse van 15 tot 25% omdat zij voor 23,17% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellante betwistte dit en stelde dat zij meer beperkingen heeft, onder meer door oogklachten en slaapproblemen.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante bracht in hoger beroep aanvullende medische stukken in, waaronder een rapport van een verzekeringsarts die een beperking vanwege oogklachten aannam. Het UWV handhaafde het standpunt dat de beperkingen passend waren en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. Het medisch onderzoek was voldoende zorgvuldig, en de oogklachten en slaapproblemen gaven geen aanleiding tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De arbeidsdeskundige had inzichtelijk gemotiveerd dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellante vielen. Hoewel het UWV het besluit in strijd met artikel 7:12 Awb Pro had genomen, werd dit gebrek gepasseerd omdat appellante hierdoor niet benadeeld was.
De Raad bevestigde de verlaging van de WAO-uitkering per 30 mei 2022 en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellante.
Uitkomst: De verlaging van de WAO-uitkering naar de arbeidsongeschiktheidsklasse 15 tot 25% per 30 mei 2022 wordt bevestigd.