Uitspraak
BESLISSING
- wijst het verzoek om herziening af;
- wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 5 januari 2022, waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. De verzoeker, erfgenaam van betrokkene, stelde dat er wel degelijk procesbelang was en verzocht om herziening.
De Raad overwoog dat herziening alleen mogelijk is op basis van feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak plaatsvonden, niet bekend waren en tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Het verzoek bevatte geen nieuwe feiten of omstandigheden die aan deze criteria voldeden, waardoor het verzoek om herziening werd afgewezen.
Daarnaast werd een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn behandeld. De Raad stelde dat de behandelingstermijn van twee jaar en drie maanden gerechtvaardigd was vanwege meerdere uitstelverzoeken door de erfgenaam. De redelijke termijn was daarmee niet overschreden en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
De Raad besloot geen proceskostenveroordeling op te leggen. De beslissing werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer onder leiding van D. Hardonk-Prins.
Uitkomst: Verzoek om herziening en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn worden afgewezen.