ECLI:NL:CRVB:2025:114
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurige zorg wegens ontbreken blijvende behoefte aan permanent toezicht
Appellante, geboren in 1968 en met diverse somatische aandoeningen en beperkingen, diende op 15 februari 2022 een aanvraag in voor langdurige zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees deze aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat zij een blijvende behoefte had aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid, zoals vereist in artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en liet het besluit in stand. Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat het onderzoek van het CIZ onzorgvuldig was en dat zij wel degelijk een blijvende behoefte had aan de gevraagde zorg. Tevens verzocht zij om een onafhankelijke medisch deskundige.
De Raad oordeelde dat het onderzoek door het CIZ zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief een huisbezoek, medische dossierinzage en aanvullende informatie van betrokken zorgverleners. De medisch adviseur van het CIZ had op grond van deze gegevens terecht geconcludeerd dat appellante niet voldeed aan de criteria voor langdurige zorg. Er was geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige in te schakelen.
De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde het bestreden besluit. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding en het griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de zorgaanvraag blijft in stand.