ECLI:NL:CRVB:2025:1149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens ontbreken procesbelang bij bijzondere bijstand griffierecht
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor het griffierecht in zes beroepsprocedures en kreeg deze toegekend door het college. Hij maakte bezwaar tegen het besluit omdat het college pas na de betalingstermijn had beslist. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, een beslissing die door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij schade had geleden doordat hij het griffierecht zelf moest betalen en dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard. De Raad oordeelde dat appellant geen beter resultaat kan bereiken omdat de bijstand is toegekend en dat hij geen concrete schade heeft aangetoond. Zonder concreet bewijs van schade is procesbelang afwezig.
De Raad bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en wees het hoger beroep af. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 juli 2025.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat bijzondere bijstand is toegekend en schade niet is geconcretiseerd.