ECLI:NL:CRVB:2025:1187
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen disciplinaire straf met functiewijziging en rangverlaging bij politie
Verzoeker, een politieambtenaar, kreeg op 31 mei 2022 onvoorwaardelijk ontslag opgelegd wegens het aangaan van een seksuele relatie met een kwetsbare ondergeschikte en andere plichtsverzuimen. Na bezwaar en vernietiging van het besluit door de rechtbank, legde de korpschef een nieuwe disciplinaire straf op: plaatsing in een lagere salarisschaal, terugplaatsing naar een andere functie en rangverlaging.
Verzoeker stelde dat het nieuwe besluit juridisch onhoudbaar is en onacceptabel vanwege de negatieve impact op zijn mentale gezondheid en rechtspositie. Hij vroeg om schorsing van de werking van de functiewijziging en rangverlaging totdat het beroep tegen het besluit is behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat geen spoedeisend belang bestaat voor een voorlopige voorziening, mede omdat de financiële noodsituatie ontbreekt en de bodemprocedure naar verwachting binnen enkele maanden wordt behandeld. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de functiewijziging en rangverlaging wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.