ECLI:NL:CRVB:2025:1201
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het UWV, maar trok dit hoger beroep in nadat het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar aan de bezwaren tegemoet was gekomen. De Raad oordeelde dat het UWV op verzoek van appellant in de proceskosten veroordeeld kon worden op grond van artikel 8:75a Awb.
De Raad stelde vast dat het UWV de kosten in bezwaar reeds had vergoed en dat eerder al een beslissing over proceskosten in beroep was genomen. Daarom werd alleen beoordeeld welke kosten appellant redelijkerwijs had moeten maken in verband met de behandeling van het beroep.
De proceskosten werden begroot op € 2.267,50, gebaseerd op forfaitaire punten voor het indienen van het beroepschrift, verschijnen ter zitting en het indienen van een zienswijze. Vergoeding van de eigen bijdrage voor rechtsbijstand werd afgewezen omdat dit niet in het Besluit proceskosten bestuursrecht is opgenomen.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van € 50,- dat appellant voor de procedure had betaald. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 augustus 2025.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 2.267,50 aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht van € 50,- aan appellant.