ECLI:NL:CRVB:2025:1202

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 augustus 2025
Publicatiedatum
12 augustus 2025
Zaaknummer
23/1384 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV op 10 januari 2025 een nieuw besluit genomen dat volledig tegemoetkomt aan het beroepschrift van appellant. Vervolgens heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. De Raad overweegt dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming kan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep, begroot op in totaal €3.821,50. Daarnaast moet het UWV het betaalde griffierecht van €185,- vergoeden. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 6 augustus 2025.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 augustus 2025
23/1384 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 4 april 2023, 21/3368 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R.M.J. Schoonbrood, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Nadat partijen over en weer nadere stukken hebben ingediend, heeft het Uwv op 10 januari 2025 een nieuw besluit genomen.
Bij brief van 25 maart 2025 heeft mr. Schoonbrood namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant.
Het Uwv heeft een reactie ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de Raad het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken, omdat het Uwv met het besluit van 10 januari 2025 volledig aan zijn beroepschrift is tegemoetgekomen. Appellant heeft verzocht om vergoeding van de in bezwaar, beroep en hoger beroep gemaakte kosten. Het Uwv heeft in reactie hierop aangegeven zich niet te verzetten tegen de toekenning van een forfaitaire vergoeding.
Proceskosten
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 647,- in bezwaar (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, met een waarde per punt van € 647,-), op € 1.814,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-) en op € 1.360,50 in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift en 0,5 punt voor een reactie op een voornemen van het Uwv voor een gewijzigd besluit, met een waarde per punt van € 907,-), in totaal €3.821,50.
Griffierecht
Het Uwv dient het door appellant in beroep (€ 49,-) en hoger beroep (€ 136,-) betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.821,50;
- bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 185,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2025.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) J.A. Achterberg