ECLI:NL:CRVB:2025:1202
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV op 10 januari 2025 een nieuw besluit genomen dat volledig tegemoetkomt aan het beroepschrift van appellant. Vervolgens heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. De Raad overweegt dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming kan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep, begroot op in totaal €3.821,50. Daarnaast moet het UWV het betaalde griffierecht van €185,- vergoeden. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 6 augustus 2025.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.