ECLI:NL:CRVB:2025:1203
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland betreffende een WIA-zaak. Tijdens de procedure nam het UWV op 29 april 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar die geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad oordeelde dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in de bezwaren kan worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die in beroep en hoger beroep zijn gemaakt. Het UWV had reeds de kosten van de bezwaarfase vergoed, zodat alleen de kosten van beroep en hoger beroep nog vergoed moesten worden.
De proceskosten werden begroot op € 1.814,- voor de beroepsfase en € 907,- voor het hoger beroep, totaal € 2.721,-, plus vergoeding van het griffierecht van € 188,-. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van deze bedragen. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 6 augustus 2025.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.721,- en griffierecht van € 188,- na intrekking hoger beroep.