ECLI:NL:CRVB:2025:1229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding in april 2020 en werd door het UWV als minder dan 35% arbeidsongeschikt beoordeeld. De medische beperkingen zijn vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van juni 2023, gebaseerd op onderzoeken van artsen en arbeidsdeskundigen.
Appellante voerde aan dat zij door psychiatrische aandoeningen zoals PTSS en een persisterende rouwstoornis meer beperkingen heeft dan erkend, waaronder een sterkere urenbeperking en noodzaak tot rustige werkomgeving. Zij bracht nieuwe medische rapporten in, maar deze werden door de Raad onvoldoende onderbouwd geacht en niet ondersteund door eerdere uitgebreide onderzoeken.
De arbeidsdeskundige stelde dat de geselecteerde functies medisch passend zijn, ondanks bezwaren over werkomstandigheden. De Raad volgde het UWV en de rechtbank in het oordeel dat appellante niet voldoet aan de 35%-grens voor arbeidsongeschiktheid en dat het bezwaar ongegrond is. Het hoger beroep werd verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.