ECLI:NL:CRVB:2025:1231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten en toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) telkens de aanvraag heeft afgewezen vanwege het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die aanleiding geven tot herziening van eerdere besluiten. De medische situatie van appellant, met diagnoses zoals PDD-NOS (ASS), NLD en een lichte verstandelijke beperking, was reeds bij de eerste aanvraag in 2011 bekend en meegenomen.
De rechtbank Oost-Brabant heeft het beroep van appellant tegen de weigering ongegrond verklaard. Appellant voerde aan dat er nieuwe feiten en toegenomen beperkingen zijn, waaronder PTSS-klachten, maar deze klachten waren niet aanwezig op zijn 18e verjaardag en vallen buiten de beoordelingsperiode. De Raad concludeert dat de medische informatie geen aanleiding geeft om het eerdere besluit te herzien.
Daarnaast heeft appellant een beroep gedaan op de regeling bij toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na zijn 18e verjaardag. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hebben vastgesteld dat appellant in de relevante periode over arbeidsvermogen beschikte. De Raad ziet geen reden om het standpunt van het Uwv te wijzigen of een deskundige te benoemen.
Het hoger beroep wordt verworpen, de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens ontbreken van nieuwe feiten en toegenomen arbeidsongeschiktheid.