ECLI:NL:CRVB:2025:1232
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV, maar trok dit beroep op 6 mei 2024 in nadat het UWV op 20 februari 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar had genomen die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant.
Appellant verzocht vervolgens om veroordeling van het UWV in de proceskosten. Het UWV verzette zich hier niet tegen. De Raad stelde vast dat een zitting niet nodig was en sloot het onderzoek zonder zitting.
Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten, begroot op €2.461,- plus €46,51 voor medische informatie en het griffierecht van €185,-, in totaal €2.507,51.
De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander namens de Centrale Raad van Beroep op 13 augustus 2025.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het betaalde griffierecht.