ECLI:NL:CRVB:2025:1234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar geen WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Het UWV baseerde dit op medisch en arbeidskundig onderzoek, waarbij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 0% tot 25,68% werd vastgesteld. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was, met name vanwege haar progressieve reumatoïde artritis, psychische klachten, tuberculose, pericarditis en zwangerschap. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling voldoende was onderbouwd en dat de latere gezondheidsproblemen na de datum in geding niet relevant waren. Tevens was er geen aanleiding een deskundige te benoemen.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De weigering van de WIA-uitkering blijft daarmee in stand en appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.