Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2025:1267

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 augustus 2025
Publicatiedatum
26 augustus 2025
Zaaknummer
21/2505 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep WIA-zaken

Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering en diende een medisch deskundigenrapport in. Het UWV reageerde met een verweerschrift en eigen deskundigenrapporten. Na behandeling van de zaak en aanvullende rapportages nam het UWV een gewijzigde beslissing die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant.

Hierop trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot vergoeding van de gemaakte proceskosten. De Raad stelde vast dat het UWV reeds de kosten van bezwaar had vergoed, maar dat appellant nog kosten had gemaakt in beroep en hoger beroep.

De Raad beoordeelde de redelijkheid van de gevorderde kosten, wees het verzoek tot vergoeding van kosten voor het meenemen van een deskundige naar de rechtbankzitting af wegens gebrek aan bewijs, en begrootte de proceskosten voor rechtsbijstand en medisch deskundigenkosten. Tevens werd het griffierecht toegewezen.

De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van een totaalbedrag van € 6.895,96 aan proceskosten en de vergoeding van het griffierecht van € 181,-. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 14 augustus 2025.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 6.895,96 aan proceskosten en € 181,- aan griffierecht aan appellant.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 1 juni 2021, 19/3023 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 14 augustus 2025

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E. Yilmaz, advocaat, hoger beroep ingesteld en een rapport van een medisch deskundige ingediend. Het Uwv heeft een verweerschrift en een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 8 juni 2023. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Yilmaz. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.W. van Schaik.
Het onderzoek is heropend na de zitting.
De Raad heeft drs. F.M. Brouwer, verzekeringsarts, als deskundige benoemd. De deskundige heeft op 28 augustus 2024 een rapport uitgebracht. Appellant heeft op dit rapport gereageerd.
Het Uwv heeft op 15 oktober 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Nadat appellant daarop op verzoek van de Raad heeft gereageerd, heeft de deskundige op verzoek van de Raad op 3 januari 2025 een nader rapport uitgebracht. Het Uwv heeft op 27 februari 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig is aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Het Uwv heeft op dit verzoek gereageerd.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

1.1.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
1.2.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 27 februari 2025 volledig aan de bezwaren is tegemoetgekomen. Het Uwv heeft daarbij de kosten van bezwaar, te weten de kosten van rechtsbijstand en de in bezwaar ingeschakelde medisch deskundige, vergoed.
1.3.
De Raad ziet aanleiding het Uwv (gedeeltelijk) te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Dit wordt hierna toegelicht.
1.3.1.
De kosten voor verleende rechtsbijstand worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.814,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-) en € 2.721,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor de reactie op het rapport van de deskundige en 0,5 punt voor de reactie op de gewijzigde beslissing op bezwaar van 15 oktober 2024, met een waarde per punt van € 907,-), in totaal € 4.535,-.
1.3.2.
Appellant heeft verzocht om vergoeding van de kosten van het meenemen van een deskundige naar de zitting bij de rechtbank. De Raad constateert echter dat, zoals het Uwv terecht heeft gesteld, uit de zittingsaantekeningen van de rechtbank of de aangevallen uitspraak niet blijkt dat naar de zitting een deskundige is meegebracht. Omdat naar de zitting bij de Raad wel een deskundige was meegebracht begrijpt de Raad dat om vergoeding van die kosten is gevraagd. Dat verzoek wijst de Raad af. Appellant heeft geen urenspecificatie of factuur overgelegd.
1.3.3.
De kosten van de door appellant in hoger beroep ingeschakelde medisch deskundige worden, overeenkomstig de overgelegde facturen van 1 oktober 2021 en 28 mei 2023, begroot op in totaal € 2.360,96. De factuur van 18 juli 2019 voor de inschakeling van de medisch deskundige in de bezwaarfase komt niet voor vergoeding in aanmerking, omdat het Uwv deze kosten in bezwaar al heeft vergoed.
1.4.
Ook dient het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 6.895,96,-;
- bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 181,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van S.P.A. Elzer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2025.

(getekend) S.B. Smit-Colenbrander

(getekend) S.P.A. Elzer