Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, geboren in 1953 en met psychische klachten als gevolg van de vervolging van zijn vader, vroeg meerdere malen een vergoeding voor de aanschaf van een auto aan op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Eerder was een dergelijke aanvraag afgewezen omdat niet was aangetoond dat appellant volledig beperkt was in het gebruik van openbaar vervoer.
In 2022 werd aan appellant een vergoeding voor medisch vervoer toegekend, waaronder taxi voor medische behandelingen. In oktober 2023 diende appellant opnieuw een aanvraag in voor een vergoeding voor de aanschaf van een auto, welke door verweerder werd afgewezen omdat niet was aangetoond dat dit medisch noodzakelijk was of dat sprake was van absolute verhindering om een taxi te gebruiken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Op basis van het medisch advies en eerdere medische gegevens is niet gebleken dat appellant absoluut verhinderd is om van een taxi gebruik te maken. Verklaringen van appellant en zijn behandelaar die dit zouden ondersteunen, worden niet als feitelijk juist beoordeeld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard; de aanvraag voor vergoeding aanschaf auto wordt afgewezen wegens ontbreken absolute verhindering taxi gebruik.