Uitspraak
PROCESVERLOOP
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, erkend vervolgingsslachtoffer uit 1977, verzocht om omzetting van zijn Wuv-aanspraken naar Wubo-aanspraken, omdat deze financieel gunstiger zouden zijn. Verweerder stelde in 2023 vast dat de Wuv-uitkering onjuist was berekend en besloot tot omzetting van de aanspraken per 6 december 2023. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard.
In het beroepsproces stelde appellant geen inhoudelijke gronden aan het beroep ten grondslag die betrekking hadden op de omzetting van de aanspraken. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het beroep zich uitsluitend richt op deze omzetting en dat zonder inhoudelijke gronden het beroep niet kan slagen.
De Raad handhaafde het bestreden besluit en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter H. Lagas op 28 augustus 2025 in aanwezigheid van griffier C.C.M. van ‘t Hol.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot omzetting van Wuv-aanspraken naar Wubo-aanspraken wordt ongegrond verklaard.