Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, erkend als vervolgingsslachtoffer in de zin van de WUV, ontving vanaf 2013 een periodieke uitkering. In 2023 bleek dat appellant pensioeninkomsten uit de Verenigde Staten ontving die niet waren gemeld, wat leidde tot een herberekening van de uitkering met terugwerkende kracht en een vaststelling van een te veel ontvangen bedrag van ruim €40.000.
Verweerder heeft op grond van artikel 61a van de WUV de terugvordering ingesteld vanwege grove nalatigheid van appellant bij het niet melden van deze inkomsten. Appellant heeft bezwaar gemaakt, maar de Raad oordeelde dat de inlichtingenplicht duidelijk was en dat appellant deze niet voldoende is nagekomen.
De Raad concludeert dat de terugvordering terecht is en dat er geen redenen zijn om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en hij krijgt geen vergoeding van proceskosten.
De uitspraak bevestigt het belang van volledige en tijdige informatieverstrekking door uitkeringsgerechtigden en onderstreept de toepassing van artikel 61a WUV bij grove nalatigheid.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de te veel betaalde WUV-uitkering blijft gehandhaafd.