ECLI:NL:CRVB:2025:129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV, maar heeft dit beroep ingetrokken nadat het UWV op 3 mei 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar had genomen die volledig tegemoet kwam aan haar bezwaren.
Omdat het bestuursorgaan reeds de kosten in de bezwaarfase had vergoed, ging het geschil nu over de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in beroep en hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van deze proceskosten en het betaalde griffierecht.
De proceskostenvergoeding is begroot op € 2.721,-, gebaseerd op punten toegekend voor het indienen van het beroepschrift en het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-. Daarnaast moet het UWV het griffierecht van € 186,- vergoeden.
De uitspraak is gedaan zonder zitting, omdat het onderzoek op grond van artikel 8:57 Awb Pro achterwege kon blijven. De beslissing is uitgesproken op 22 januari 2025 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.721,- en griffierecht van € 186,- aan appellante.