ECLI:NL:CRVB:2025:129

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 januari 2025
Publicatiedatum
22 januari 2025
Zaaknummer
24/113 WAJONG
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV, maar heeft dit beroep ingetrokken nadat het UWV op 3 mei 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar had genomen die volledig tegemoet kwam aan haar bezwaren.

Omdat het bestuursorgaan reeds de kosten in de bezwaarfase had vergoed, ging het geschil nu over de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in beroep en hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van deze proceskosten en het betaalde griffierecht.

De proceskostenvergoeding is begroot op € 2.721,-, gebaseerd op punten toegekend voor het indienen van het beroepschrift en het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-. Daarnaast moet het UWV het griffierecht van € 186,- vergoeden.

De uitspraak is gedaan zonder zitting, omdat het onderzoek op grond van artikel 8:57 Awb Pro achterwege kon blijven. De beslissing is uitgesproken op 22 januari 2025 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.721,- en griffierecht van € 186,- aan appellante.

Uitspraak

24/113 WAJONG
Datum uitspraak: 22 januari 2025
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 4 december 2023, 23/1360 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] , (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M. Bou-Asrar, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 3 mei 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 3 mei 2024 volledig aan haar bezwaren is tegemoetgekomen.
Aangezien het Uwv reeds heeft besloten tot vergoeding van de gemaakte kosten in de bezwaarfase moet de Raad nog slechts oordelen over de beroep en in hoger beroep gemaakte kosten.
Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 1.814,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-) en € 907,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,-). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding voor de aan appellante door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand € 2.721,-.
Ook moet het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 2.721,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 186,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door J.D. Streefkerk, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2025.
(getekend) J.D. Streefkerk
(getekend) M.D.F. de Moor