ECLI:NL:CRVB:2025:1296
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde uitkering wegens niet melden buitenlandse pensioenen
Appellant, aangemerkt als oorlogsslachtoffer op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR), ontving een periodieke uitkering sinds 2003. In 2023 verzocht hij om herziening van zijn uitkering. Verweerder ontdekte dat appellant buitenlandse pensioenen uit Duitsland en België ontving, die niet waren gemeld, en herberekende de uitkering met terugwerkende kracht vanaf mei 2019. Hierdoor ontstond een te veel betaald bedrag dat werd teruggevorderd en maandelijks op de uitkering in mindering gebracht.
Appellant stelde dat de Sociale Verzekeringsbank op de hoogte was van de buitenlandse pensioenen, maar de Raad oordeelde dat hij als uitkeringsgerechtigde verplicht was wijzigingen te melden. De buitenlandse pensioenen waren toegekend voordat verweerder de uitvoering van de AOR overnam, en er was geen bewijs dat deze pensioenen destijds waren gemeld. Appellant voerde geen feiten aan die de terugvordering onjuist maakten of die tot kwijtschelding konden leiden.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de besluiten tot herberekening en terugvordering, en wees het verzoek om griffierecht- en proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door H. Lagas, in aanwezigheid van griffier C.C.M. van ‘t Hol.
Uitkomst: De beroepen van appellant worden ongegrond verklaard en de terugvordering van het te veel betaalde bedrag bevestigd.