ECLI:NL:CRVB:2025:1303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht bij afwijzing bijstandsaanvraag
Appellante heeft een aanvraag om bijstand ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen. Tegen dit besluit stelde zij beroep in bij de rechtbank, waarbij zij griffierecht moest betalen. Ondanks meerdere aanmaningen betaalde zij dit griffierecht niet en deed zij geen tijdig beroep op betalingsonmacht.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege het niet betalen van het griffierecht. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij betalingsonmacht had en dat de rechtbank onvoldoende had onderzocht of zij de betalingsverzoeken had ontvangen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante niet tijdig een beroep op betalingsonmacht had gedaan en dat de rechtbank geen verdergaande onderzoeksplicht had, omdat appellante niet had gesteld dat zij de brieven niet had ontvangen.
Verder was appellante zelf verantwoordelijk voor het tijdig ophalen van haar post en het beheren van haar postadres. Haar betoog over ernstige psychische problematiek was onvoldoende onderbouwd. Daarom was het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht zonder tijdig beroep op betalingsonmacht.