ECLI:NL:CRVB:2025:1312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker heeft op 27 maart 2025 hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De Centrale Raad van Beroep wees verzoeker bij brief van 3 april 2025 op de verschuldigdheid van een griffierecht van €143,-, met een betalingstermijn van 14 dagen. Bij aangetekende brief van 18 april 2025 werd verzoeker nogmaals gewezen op de betaling en de gevolgen van niet-betaling.
Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijnen voldaan. De Raad oordeelt dat verzoeker in verzuim is en verklaart het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door Y. Sneevliet in aanwezigheid van griffier J.M. Labage en uitgesproken op 21 augustus 2025.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.